Jitter
Jitter verwijst in netwerken naar kleine, onregelmatige vertragingen tijdens gegevensoverdracht. Dit kan worden veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder netwerkcongestie, botsingen en signaalinterferentie.
Technisch gezien is jitter de variatie in latentie — de vertraging tussen het moment waarop een signaal wordt verzonden en het moment waarop het wordt ontvangen. Alle netwerken hebben een bepaalde latentie, vooral wide area networks die zich over het internet uitstrekken. Deze vertraging, die meestal in milliseconden wordt gemeten, kan problematisch zijn voor real-time toepassingen, zoals onlinegames, streaming en digitale spraakcommunicatie. Jitter maakt dit erger door extra vertragingen te veroorzaken.
Jitter in een netwerk zorgt ervoor dat pakketten met onregelmatige tussenpozen worden verzonden. Er kan bijvoorbeeld een vertraging optreden nadat enkele pakketten zijn verzonden, waarna meerdere pakketten tegelijk worden verzonden. Dit kan pakketverlies veroorzaken als het ontvangende systeem niet alle binnenkomende pakketten kan verwerken. Als dit gebeurt tijdens het downloaden van een bestand, worden de verloren pakketten opnieuw verzonden, waardoor de bestandsoverdracht langzamer verloopt. Bij een real-time dienst, zoals audiostreaming, kan de data gewoon verloren gaan, waardoor het audiosignaal wegvalt of de kwaliteit ervan afneemt.
De standaardmanier om netwerkjitter te compenseren is het gebruik van een buffer waarin gegevens worden opgeslagen voordat ze worden gebruikt, bijvoorbeeld enkele seconden van een audio- of videofragment. Hierdoor wordt het afspelen van de media gelijkmatiger, omdat de ontvangende computer enkele seconden de tijd krijgt om pakketten te ontvangen die door jitter verloren zijn gegaan. Hoewel buffers een effectieve oplossing zijn, moeten ze uiterst klein zijn wanneer ze worden gebruikt in real-time toepassingen zoals onlinegames en videoconferenties. Als de buffer te groot is (groter dan 10 ms), veroorzaakt deze een merkbare vertraging.
Test je kennis