ATM
Staat voor "Asynchronous Transfer Mode."
In computernetwerken verwijst ATM naar een snelle netwerktechnologie die is ontworpen om gegevens efficiënt te verzenden. Asynchronous Transfer Mode verzendt gegevens in pakketten met een vaste grootte, die cellen worden genoemd. Elke cel is 53 bytes lang 5 bytes voor de (header en 48 bytes voor de payload). Deze kleine, uniforme celgrootte maakt snelle verwerking en routering via ATM-switches mogelijk, met gegevensoverdrachtssnelheden tot 622 Mbps.
ATM is oorspronkelijk ontwikkeld voor het verwerken van verschillende soorten verkeer, zoals spraak, video en gegevens, en ondersteunt de gelijktijdige verzending van verschillende soorten media. De vaste celgrootte helpt latency en jitter te beperken, waardoor de technologie geschikt is voor realtime toepassingen zoals videoconferenties en VoIP-gesprekken.
ATM-technologie was nuttig in de beginperiode van breedbandinternet. Internetproviders (ISP's) konden hiermee de bandbreedte efficiënt beheren door vaste hoeveelheden aan elke gebruiker toe te wijzen. De technologie vormde de basis voor QoS (Quality of Service), die zorgde voor een evenwichtige verdeling van netwerkbronnen en zo de betrouwbaarheid en snelheid voor alle gebruikers verbeterde. In de afgelopen decennia is ATM vervangen door nieuwere technologieën, zoals Ethernet-routering en MPLS (Multiprotocol Label Switching).
NOTE: Buiten de computerwereld verwijst "ATM" meestal naar een "Automated Teller Machine", een apparaat dat wordt gebruikt voor banktransacties, zoals geldopnames.
Test je kennis