Poort
In de computerwereld heeft de term "poort" drie verschillende betekenissen. De term kan verwijzen naar 1) een hardwarepoort, 2) een internet-poortnummer, of 3) het proces waarbij een softwareprogramma van het ene platform naar een ander wordt overgezet.
1. Hardwarepoort
Een hardwarepoort is een fysieke aansluiting op een computer of een ander elektronisch apparaat. Veelvoorkomende poorten op moderne desktopcomputers zijn USB, Thunderbolt, Ethernet en DisplayPort. In eerdere generaties computers werden andere poorten gebruikt, zoals seriële poorten, parallelle poorten en VGA-poorten. Mobiele apparaten hebben vaak maar één poort. Een iPhone of iPad kan bijvoorbeeld één Lightning-aansluiting hebben. Android-apparaten hebben vaak een USB-C-poort.
Het doel van een hardwarepoort is om een apparaat verbinding en/of elektrische stroom te leveren. De USB-poorten op een computer kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om toetsenborden, muizen, printers of andere randapparaten aan te sluiten. De USB-C-poort op een smartphone kan worden gebruikt om het apparaat op te laden en met een pc te synchroniseren.
NOTE: Een hardwarepoort kan ook een interface, aansluiting of connector worden genoemd.
2. Internetpoortnummer
Alle gegevens die via internet worden verzonden, worden verstuurd en ontvangen met behulp van een specifieke set opdrachten, ook wel een protocol genoemd. Elk protocol krijgt een specifiek poortnummer toegewezen. Alle websitegegevens die bijvoorbeeld via HTTP worden overgedragen, gebruiken poort 80. Gegevens die via HTTPS worden verzonden, gebruiken poort 443. Andere veelvoorkomende poorten zijn:
- Poort 20 - FTP (file transfer protocol)
- Poort 22 - SSH en SFTP
- Poort 25 - SMTP (uitgaande e-mail)
- Poort 465 - SMTP via SSL
- Poort 143 - IMAP (inkomende e-mail)
- Poort 993 - IMAP via SSL
Poortnummers zijn vergelijkbaar met draadloze kanalen, omdat ze conflicten tussen verschillende protocollen voorkomen. Ze bieden ook een eenvoudige manier om netwerkbeveiligingsmaatregelen te implementeren, omdat het mogelijk is om specifieke protocollen toe te staan of te blokkeren.
3. Software overzetten
"Poort" kan ook als werkwoord worden gebruikt. Het overzetten van software betekent dat je een applicatie die voor het ene platform is geschreven, geschikt maakt om op een ander platform te werken. Een Windows-programma kan bijvoorbeeld worden overgezet naar macOS. Een iOS-app kan worden overgezet naar Android.
Om een programma van het ene platform naar een ander over te zetten, moet het worden geschreven voor de bijbehorende hardware en het besturingssysteem. Programma's die met een universele ontwikkelomgeving zijn gebouwd, zijn mogelijk relatief eenvoudig over te zetten, terwijl programma's die sterk afhankelijk zijn van de API van een besturingssysteem volledig opnieuw moeten worden geschreven.
Test je kennis
