Codec
Codec is een afkorting van "coder-decoder". Het is een algoritme dat wordt gebruikt om gegevens te coderen, zoals een audio- of videofragment. De gecodeerde gegevens moeten worden gedecodeerd wanneer ze worden afgespeeld.
Een mediacodec is niet hetzelfde als mediacompressie, omdat het mogelijk is een bestand te coderen zonder het te comprimeren. De meeste codecs comprimeren de oorspronkelijke gegevens echter wel, waardoor de grootte van het oorspronkelijke bestand afneemt. Dit is belangrijk voor multimediabestanden, omdat deze vaak groot zijn. Gecomprimeerde bestanden nemen minder schijfruimte in beslag en kunnen sneller worden gedownload.
Codecs zonder en met kwaliteitsverlies
Sommige codecs zijn verliesvrij, wat betekent dat ze de kwaliteit van het oorspronkelijke mediabestand niet verminderen. Voorbeelden van verliesvrije audiocodecs zijn de Free Lossless Audio Codec (FLAC) en de Apple Lossless Audio Codec (ALAC). Videocodecs die verliesvrije compressie ondersteunen, zijn H.264 en QuickTime RLE. Een verliesvrije codec kan de bestandsgrootte van een mediabestand vaak terugbrengen tot ongeveer 50% zonder de kwaliteit te veranderen.
Andere codecs zijn verliesgevend, wat betekent dat de compressie de kwaliteit van de media vermindert. Voorbeelden van verliesgevende audiocodecs zijn Adaptive Differential Pulse Code Modulation (ADPCM) en MPEG-1 Layer 3 (MP3). Veelgebruikte verliesgevende videocodecs zijn MPEG-2 en HEVC. De meeste verliesgevende codecs bieden een variabele compressie-instelling, waarmee je kunt kiezen hoeveel je de media wilt comprimeren. Als je bijvoorbeeld sterke compressie toepast op een audiobestand, kan de bestandsgrootte afnemen tot 10%, maar kan het geluid gecomprimeerd klinken. Als je een lagere compressie-instelling gebruikt die de bestandsgrootte tot 30% verkleint, kan het resultaat dichter bij het oorspronkelijke bestand liggen.
NOTE: Verliesgevende codecs worden vaak toegepast op streamingmedia, zodat de gegevens sneller via internet kunnen worden overgedragen.
Test je kennis