CAN
Staat voor "Campus Area Network." Een CAN is een netwerk dat een onderwijs- of bedrijfscampus beslaat. Voorbeelden zijn basisscholen, universiteitscampussen en bedrijfsgebouwen.
Een campusnetwerk is groter dan een lokaal netwerk (LAN), omdat het meerdere gebouwen binnen een bepaald gebied kan omvatten. De meeste CAN's bestaan uit meerdere LAN's die via switches en routers met elkaar zijn verbonden en zo één netwerk vormen. Ze werken vergelijkbaar met LAN's: gebruikers met toegang tot het netwerk (bekabeld of draadloos) kunnen rechtstreeks communiceren met andere systemen binnen het netwerk.
De twee belangrijkste voordelen van een CAN zijn beveiliging en snelheid.
Beveiliging
In tegenstelling tot een wide area network (WAN) wordt een CAN beheerd en onderhouden door één organisatie, zoals het IT-team van de campus. De netwerkbeheerders kunnen de toegang tot het netwerk controleren, toestaan en beperken. Firewalls worden doorgaans tussen het CAN en het Internet geplaatst om het netwerk tegen ongeautoriseerde toegang te beschermen. Een firewall of proxyserver kan ook worden gebruikt om de websites of Internetpoorten te beperken waartoe gebruikers toegang hebben.
Snelheid
Omdat communicatie binnen een CAN via een lokaal netwerk plaatsvindt, zijn de gegevensoverdrachtssnelheden tussen systemen binnen het netwerk vaak hoger dan de gebruikelijke internetsnelheden. Hierdoor kunnen grote bestanden eenvoudig met andere gebruikers op het netwerk worden gedeeld. Het kan bijvoorbeeld enkele uren duren om een lange video via het Internet naar een collega te uploaden, maar via een CAN duurt de overdracht mogelijk slechts enkele minuten.
NOTE: CAN kan ook staan voor "Corporate Area Network" of "Controller Area Network."
Test je kennis