Winsock
Winsock is een API waarmee Windows-softwareontwikkelaars hun toepassingen met het internet kunnen verbinden. Het biedt een basisset functies die ontwikkelaars kunnen aanroepen om hun apps te helpen communiceren met externe computers en gegevens te verzenden of te ontvangen zonder hun eigen protocolinterface te schrijven.
Winsock heette oorspronkelijk "Windows Socket API" en beheert het maken van netwerk-sockets die gegevens naar specifieke toepassingen op specifieke computers sturen. Het bestaat uit een bibliotheek met netwerkfuncties die ontwikkelaars kunnen gebruiken om toegang te krijgen tot basis-netwerkprotocollen, waaronder TCP, UDP, IP en ICMP (naast andere). Het verbergt de meeste details van het tot stand brengen van verbindingen en het overdragen van gegevens, zodat de ontwikkelaar zich op andere functionaliteit in de toepassing kan richten. Indien nodig kan een ontwikkelaar raw sockets maken waarmee een toepassing rechtstreeks toegang krijgt tot andere protocollen.
De Winsock-API werd in 1992 ontwikkeld door ontwikkelaars van verschillende softwarebedrijven (waaronder Microsoft, Novell, 3Com en Sun Microsystems) om één standaard-API voor netwerken in Windows te bieden. Vóór Winsock had Windows geen eigen netwerksoftwarestack en was het in plaats daarvan afhankelijk van netwerksoftware van verschillende leveranciers, die elk hun eigen API leverden. Door deze versnippering was het voor ontwikkelaars moeilijk om programma's te maken die op meerdere systemen werkten. Na de uitgave van Winsock als uitbreiding voor Windows 3.1 konden ontwikkelaars netwerkverbonden toepassingen maken die op alle Windows-computers werkten. Elke Windows-versie sinds Windows 95 bevat de Winsock-bibliotheek.
Test je kennis