Opslagcapaciteit
Opslagcapaciteit verwijst naar hoeveel schijfruimte een of meer opslagapparaten bieden. Het meet hoeveel gegevens een computersysteem kan bevatten. Een computer met bijvoorbeeld een harde schijf van 500GB heeft een opslagcapaciteit van 500 gigabytes. Een netwerkserver met vier schijven van 1TB heeft een opslagcapaciteit van 4 terabytes.
Opslagcapaciteit wordt vaak als synoniem voor "schijfruimte" gebruikt. Het verwijst echter naar de totale schijfruimte en niet naar de vrije schijfruimte. Een harde schijf met een opslagcapaciteit van 500GB kan bijvoorbeeld nog maar 150MB beschikbaar hebben als de rest van de schijfruimte al is gebruikt. Controleer daarom, wanneer je op je computer nagaat of deze voldoet aan de systeemvereisten van een programma, of je voldoende vrije schijfruimte hebt om het programma te installeren. Als je meer schijfruimte nodig hebt, kun je de opslagcapaciteit van je computer vergroten door een extra interne of externe harde schijf toe te voegen.
Test je kennis