Runtime
Runtime verwijst naar de tijd waarin een programma op een computer of apparaat wordt uitgevoerd. Tijdens runtime voert de CPU van de computer de opdrachten in de machinecode van het programma uit. Runtime begint wanneer je een programma voor het eerst opent en het besturingssysteem het in het RAM laadt, samen met eventuele extra bibliotheken of externe frameworks die het programma nodig heeft. Runtime eindigt wanneer je het programma sluit of afsluit en het eraan toegewezen geheugen beschikbaar komt voor andere programma's.
In de context van softwareontwikkeling verwijst het woord "runtime" ook naar de omgeving waarin een software-ontwikkelaar een programma laat draaien. De runtimeomgeving bestaat uit het besturingssysteem en gekoppelde codebibliotheken. Programma's die bijvoorbeeld in Windows draaien, roepen dynamisch gekoppelde bibliotheekbestanden (DLL's) aan om verschillende standaardfuncties uit te voeren. De runtimeomgeving kan ook virtuele machines of interpreter-programma's bevatten die nodig zijn om het programma uit te voeren.
Een runtimefout is een fout, of bug, die optreedt terwijl het programma wordt uitgevoerd. Met deze term worden dergelijke fouten onderscheiden van fouten die optreden terwijl het programma wordt gecompileerd, zoals syntaxisfouten en andere compilatiefouten.
Test je kennis