Repository
Bij softwareontwikkeling is een repository een centrale opslaglocatie voor bestanden. Deze wordt door systemen voor versiebeheer gebruikt om meerdere versies van bestanden op te slaan. Hoewel een repository op een lokale computer voor één gebruiker kan worden geconfigureerd, wordt deze vaak opgeslagen op een server, die door meerdere gebruikers kan worden geopend.
Een repository bevat drie hoofdelementen: een trunk, branches en tags. De trunk bevat de huidige versie van een softwareproject. Deze kan meerdere bestanden met broncode bevatten, evenals andere bronnen die door het programma worden gebruikt. Branches worden gebruikt om nieuwe versies van het programma op te slaan. Een ontwikkelaar kan een nieuwe branch maken wanneer deze ingrijpende wijzigingen in het programma aanbrengt. Als een branch ongewenste wijzigingen bevat, kan deze worden stopgezet. Anders kan deze als de nieuwste versie weer in de trunk worden samengevoegd. Tags worden gebruikt om versies van een project op te slaan, maar zijn niet bedoeld voor actieve ontwikkeling. Een ontwikkelaar kan bijvoorbeeld telkens wanneer een nieuwe versie van de software wordt uitgebracht een "release-tag" maken.
Een repository biedt programmeurs een gestructureerde manier om ontwikkelingsbestanden op te slaan. Dit kan nuttig zijn voor elk type softwareontwikkeling, maar is vooral belangrijk voor grote ontwikkelingsprojecten. Door wijzigingen naar een repository te committen, kunnen ontwikkelaars snel terugkeren naar een eerdere versie van een programma als een recente update bugs of andere problemen veroorzaakt. Veel systemen voor versiebeheer ondersteunen zelfs vergelijkingen naast elkaar van verschillende versies van bestanden die in de repository zijn opgeslagen. Dit kan nuttig zijn voor het debuggen van broncode. Wanneer een repository bovendien op een server is opgeslagen, kunnen gebruikers bestanden "uitchecken" om ze te bewerken. Zo wordt voorkomen dat bestanden door meer dan één gebruiker tegelijk worden bewerkt.
Test je kennis