Crash
In de informatica is een crash een onverwachte beëindiging van een proces. Crashes kunnen optreden bij afzonderlijke toepassingen en bij het besturingssysteem zelf. Sommige crashes geven foutmeldingen weer, terwijl andere crashes ervoor kunnen zorgen dat een programma of het hele systeem vastloopt of bevriest.
Wanneer er een crash optreedt, kan dit verschillende problemen veroorzaken. Als u bijvoorbeeld een document typt in een tekstverwerker, kunt u de wijzigingen kwijtraken die u hebt aangebracht sinds u het document voor het laatst hebt opgeslagen. Als u een bestand kopieert of downloadt, kan de crash een beschadigd bestand veroorzaken. In sommige gevallen kan een crash zelfs fouten veroorzaken in het bestandssysteem van uw opslagapparaat.
Omdat crashes een negatieve gebruikerservaring veroorzaken, proberen softwareontwikkelaars stabiele programma's te maken die niet crashen. Dit houdt in dat ze bugs verwijderen die ongedefinieerde of oneindige berekeningen veroorzaken en geheugenlekken elimineren. Sommige programma's zijn zelfs ontworpen om crashes op een nette manier af te handelen en gedetailleerde foutmeldingen te genereren wanneer er een "fatale fout" optreedt. Veel productiviteitstoepassingen slaan uw werk regelmatig op, zodat u uw werk na een crash kunt herstellen.
Bij oudere computers (voor de eeuwwisseling) nam een gecrasht programma vaak het hele systeem mee. Daardoor moest de computer regelmatig opnieuw worden opgestart. Moderne besturingssystemen ondersteunen multithreading, waardoor programma's onafhankelijk van elkaar kunnen worden uitgevoerd. Hierdoor kunnen het besturingssysteem en andere programma's blijven werken wanneer een toepassing crasht. Als het besturingssysteem zelf crasht, moet u uw computer mogelijk nog steeds opnieuw opstarten.
Test je kennis